• Ja, wij hebben interesse


Wat is het verschil tussen een “gewone” aansprakelijkheids­verzekering en een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering?

De “gewone” aansprakelijkheidsverzekering verzekert de organisatie en hen voor wie zij verantwoordelijk is tegen de financiële gevolgen van materiële schade en letsel toegebracht aan derden. De bestuurders-aansprakelijkheidsverzekering verzekert de bestuursleden tegen de gevolgen van financiële schade toegebracht aan derden als gevolg van door (een van) de bestuursleden gemaakte fouten.

Om een concreet inzicht te kunnen bieden in de gevolgen van bestuurdersaansprakelijkheid en de schade die daaruit kan voortvloeien, zullen hier een voorbeeld worden gegeven. Zo wordt de noodzaak van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering in elk geval snel duidelijk. Overigens kunnen bestuurders niet alleen door externen, maar ook door de leden van de eigen vereniging of stichting aansprakelijk worden gesteld voor financiële gevolgen door fouten van de bestuurder. Als een hockeyvereniging besluit om een aantal kunstgrasvelden aan te leggen en daarvoor een leverancier inschakelt, waarvan bekend kan zijn dat de leverancier met het bedrijf in financieel slechte omstandigheden verkeert, en na enkele maanden blijkt dat de leverancier failliet is, kan er een probleem ontstaan. De hockeyvereniging heeft een aanbetaling gedaan van twintigduizend euro en zal na het faillissement daarvan niet terug zien. De leden van de vereniging kunnen de bestuurders van de hockeyvereniging persoonlijk aansprakelijk stellen om reden van het onvoldoende onderzoek hebben verricht naar de kredietwaardigheid van de leverancier van de kunstgrasvelden. Elk bestuurslid is dan persoonlijk aansprakelijk in het privé vermogen. Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering biedt in dit geval dekking tegen de financiële gevolgen en beschermt het privé vermogen van de bestuurders.

Bestuurdersaansprakelijkheid binnen verenigingen

In het onderstaande artikel uit SPORT Bestuur & Management wordt beschreven welke risico’s bestuurders van verenigingen lopen om persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden en wordt behandeld of het verstandig is om dit risico met een verzekering af te dekken.

Bestuurdersaansprakelijkheid: verzekeren of niet?

Het is geen overbodige luxe om regelmatig de verzekeringsportefeuille van de vereniging door te lopen. Daarmee kan de vereniging onaangename verrassingen voorkomen. Een aansprakelijkheidsverzekering is sowieso voor elke vereniging een must. Maar hoe zit het met de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering? Is het ook noodzakelijk om deze verzekering af te sluiten?

Voor de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering wordt veel reclame gemaakt. De risico’s die een bestuurder van een vereniging loopt zouden aanzienlijk zijn en het zou zeer onverstandig zijn om geen bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. De premie voor deze verzekering bedraagt meestal enkele honderden euro’s per jaar. Maar de kans dat naast de vereniging een bestuurslid ook zelf aansprakelijk wordt gesteld is klein; in de praktijk zijn er slechts enkele uitzonderingsgevallen bekend. In theorie kan een bestuurslid door iemand binnen de vereniging zelf en door iemand buiten de vereniging worden aangesproken.

Interne aansprakelijkheid van bestuurders
Het gebeurt sowieso al niet gauw dat een vereniging iemand persoonlijk aansprakelijk stelt die zich als vrijwilliger heeft ingezet voor de vereniging. De betrokken bestuurder moet dan wel aanwijsbare kwade bedoelingen hebben gehad voor een vereniging bereid zo ver te gaan. Daarnaast werpt ook de wet nog een drempel op. Zo bepaalt deze dat elke bestuurder tegenover de vereniging gehouden is tot een behoorlijke vervulling van de aan hem opgedragen taak. Het moet dan gaan om handelingen die door geen redelijk handelend bestuurder in dezelfde omstandigheden zouden zijn verricht. Beslissingen die achteraf ongelukkig uitpakken zullen niet tot aansprakelijkheid leiden wanneer er vooraf op een weloverwogen manier mee is omgegaan. Een bestuurder blijft toch het risico lopen om te worden aangesproken op het handelen van een medebestuurslid. Uitgangspunt is namelijk dat het bestuur als college bestuurt, waaruit een collectieve verantwoordelijkheid voortvloeit in geval van onbehoorlijke taakvervulling. Dit houdt in dat indien de vereniging schade lijdt, en dit is te wijten aan een verwijtbaar tekortschieten van een bestuurder, in beginsel alle bestuurders aansprakelijk kunnen worden gesteld. Een bestuurder kan aan zijn aansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat hem persoonlijk geen verwijt kan worden gemaakt.

Externe aansprakelijkheid van bestuurders
Een bestuurder kan ook worden aangesproken door iemand van buiten de vereniging. Dat kan indien hij als bestuurder schade heeft veroorzaakt wat hem ernstig kan worden verweten. Er zou dan sprake moeten zijn van bijvoorbeeld opzet, grove schuld of roekeloosheid. In de praktijk zal dat niet snel voorkomen. Om aansprakelijkheid te voorkomen geldt als voorwaarde dat de statuten van de vereniging in een notariële akte zijn opgenomen en de vereniging is ingeschreven in het handelsregister.

Voorbeelden van praktijkgevallen
In de praktijk is dus niet uitgesloten dat bestuurders van binnen of buiten de vereniging worden aangesproken. Aan welke soort gevallen moet je dan denken?

– Een vereniging is van plan om een deel van de nieuwe accommodatie te verhuren aan een sportschool. Afgesproken wordt dat er voor rekening van de huurder enkele extra voorzieningen zullen worden aangebracht in de te verhuren ruimte. De vereniging geeft hiervoor een opdracht aan de aannemer. Uiteindelijk ziet de sportschool af van de huur van de ruimte. De afspraken tussen de vereniging en de sportschool blijken niet op schrift te staan. De vereniging zit met een hoge rekening van de aannemer. De leden kunnen het bestuur aanspreken.

– Een vereniging laat velden goedkoop aanleggen door een als niet zo betrouwbaar bekend staande en niet gespecialiseerde aannemer. De velden worden volledig afgekeurd voor competities en moeten worden vervangen. De betreffende aannemer is inmiddels failliet. De vereniging maakt dubbele kosten. De leden kunnen het bestuur aanspreken.

– De penningmeester vergeet een brandverzekering af te sluiten voor het clubhuis. Het clubhuis brandt volledig af en er wordt dus niets uitgekeerd. Ook hier is sprake van een onbehoorlijke taakvervulling als gevolg waarvan de vereniging schade lijdt.

– Een bestuurder maakt afspraken met een leverancier zonder hiertoe alleen bevoegd te zijn. De zaak moet worden teruggedraaid maar de leverancier legt een claim neer.

– Het bestuur gaat ertoe over om zeer risicovol te beleggen met gelden van de vereniging en het gaat mis. De bestuurders kunnen worden aangesproken door de leden.

Deze voorbeelden geven aan dat er vooral gevaar bestaat om te worden aangesproken als een bestuurder flink buiten zijn boekje gaat bij beslissingen met grote financiële gevolgen voor de vereniging. Wanneer binnen het bestuur duidelijke afspraken worden gemaakt en het bestuur zelf controle uitoefent op de gemaakte afspraken kan het toch al kleine risico op bestuurdersaansprakelijkheid echter worden geminimaliseerd. Daarbij kunnen de tips in onderstaand kader goed helpen.

Tips om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen:
1. Controleer of de statuten in een notariële akte zijn vastgelegd. Controleer ook de inschrijving in het handelsregister en houd deze actueel.
2. Raadpleeg uw statuten en reglementen bij belangrijke besluiten (welk orgaan is bevoegd om een besluit te nemen?).
3. Maak duidelijke taak-/functiebeschrijvingen voor de bestuursleden (taakverdelingen binnen het bestuur kunnen bijdragen aan de bewijsvoering voor het ontbreken van verwijtbaarheid voor een bepaalde bestuurder).
4. Let op de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij het aangaan van overeenkomsten (veelal ligt de bevoegdheid statutair bij twee bestuursleden gezamenlijk).
5. Leg afspraken met derden altijd schriftelijk vast en laat u daarbij juridisch ondersteunen.
6. Maak notulen van vergaderingen met een besluitenlijst en actielijst en controleer deze in de volgende vergadering.
7. Laat u adviseren op belangrijke (beleids-)beslissingen met grote financiële gevolgen (adviescommissie, externe- deskundigen).
8. Onderneem meteen actie binnen het bestuur als u meent dat één van uw medebestuursleden steken laat vallen.

De afweging

Gezien de praktijkvoorbeelden en de mogelijkheden om preventieve maatregelen te nemen zullen veel verenigingen aan het nut en de noodzaak van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering twijfelen. Toch is het goed voor de eigen situatie een afweging te maken. De Nederlandse Stichting voor Verenigingenrecht ontwikkelde de behoeftetest bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Hiermee krijgt u een indicatie in hoeverre een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering voor u van belang kan zijn.

De behoeftetest bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering
1. Schat voor uw bestuur het risico in binnen uw eigen vereniging op een schaal van 1 tot 5:
heel laag = 1 tot heel hoog = 5
2. In hoeverre zijn de preventieve maatregelen voor elkaar?
zeer goed = 1 tot zwaar onvoldoende = 5.
De twee uitkomsten worden bij elkaar opgeteld en vormen uitkomst A.

  1. Geef vervolgens bij elk van de onderstaande mogelijke redenen om de verzekering af te sluiten uw eigen waardering op een schaal van 1 tot 5:
    heel erg mee eens = 1 tot absoluut niet mee eens = 5.
  2. Ik vind dat de vereniging voor haar bestuurders ook het geringste persoonlijke risico zo veel mogelijk moet uitsluiten. De werkzaamheden van het bestuur worden op vrijwillige basis verricht ten behoeve van de vereniging en het is een legitieme gedachte dat de vereniging dan ook zo veel mogelijk de risicos op zich moet nemen, al zijn deze nog zo klein.
    b. De vereniging zelf alsmede de financiële belangen die spelen zijn dermate groot dat het besturen van mijn vereniging complex is, met daardoor een verhoogd risico op fouten tijdens de uitvoering van mijn bestuurswerkzaamheden.
    c. Als een bestuurder aansprakelijk wordt gesteld voorziet de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering in de noodzakelijke juridische bijstand.
    Ik vind het belangrijk dat ik mij met een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering kan indekken tegen het risico dat een juridische procedure tegen mij wordt gevoerd.
    Tel de drie cijfers bij elkaar op tot uitkomst B.
  3. Trek vervolgens uitkomst B af van uitkomst A.

De conclusies:
– negatieve score: indicatie dat de verzekering voor u niet nodig is.
– score 0-3: indicatie dat de verzekering voor u een lage prioriteit heeft.
– score 4-7: indicatie dat de verzekering voor u wenselijk is.

 Denk ook aan de uitsluitingen!
Diverse verzekeringsmaatschappijen bieden een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering aan. Er is hierin dan ook volop concurrentie, waarbij inmiddels ook al goedkopere polissen op de markt zijn verschenen. Vanzelfsprekend is het zaak de polissen goed te vergelijken. De vraag of het verstandig is een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten blijft moeilijk te beantwoorden. Dit zal van geval tot geval moeten worden bekeken. Als uw vereniging uiteindelijk toch besluit om een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, is het zaak zich te realiseren dat in bepaalde gevallen geen beroep op deze verzekering kan worden gedaan, namelijk in geval van
– opzet (de frauderende penningmeester);
– het niet afsluiten van adequate verzekeringen (zie het voorbeeld van de brandverzekering);
– schade in verband met professionele diensten (bijvoorbeeld tennislessen);
– schade in verband met belastingen en premies sociale verzekeringen.